Praten in het gezin

61867907-communication-family-people-and-body-parts-concept-close-up-of-four-fingers-with-different-facial-ex.jpg

Inge de Vlieger, kinderpsycholoog bij OLVG West in Amsterdam, schrijft over wat je wel en niet moet bespreken met kinderen. Ze zegt: 'Kleine kinderen, zelfs baby's, zien je gezichtsuitdrukking en horen je intonatie. Ze krijgen het gevoel mee maar de woorden niet. Probeer dus terughoudend te zijn, met het bespreken van je zorgen, problemen en angsten in het bijzijn van je kinderen'.

Vier maanden oude baby's kunnen al een stemming aanvoelen van een ander kind, buiten zijn gezin. Zolang ze nog niet kunnen praten; leven ze op gevoel. Ze zijn volledig gericht op jouw emotionele toestand als ouder. Ze zoeken vreugde, geluk & liefde daarin en maken hun identiteit met wat ze vinden. Hoe onze emotionele toestand is, is onze verantwoording. Als we die oppakken, geven we het beste aan onze kinderen. Wellicht ook de beste voorbereiding op het ouderschap.

We komen in sessies terug op momenten in de baarmoeder, babytijd of kindertijd tot 12 jaar. Bijvoorbeeld dat het kind ruzie hoort, terwijl ze in de baarmoeder is en de wanhoop voelt van haar moeder. Daaruit concludeert ze; ik ben niet welkom, de ruzie gaat over mij. Terwijl we niet zeker weten of die ruzie daar echt over ging. Of de kindertijd en moeder huilt in de auto, het kind denkt dat het aan hem ligt, zie je wel, ik maak haar leven zo zwaar. Als zij het niet meer ziet zitten, wat moet ik er dan van maken? Terwijl ook daar dat waarschijnlijk niet de intentie was. Zo zie je, het gevoel blijft hangen.

'Probeer terughoudend te zijn in je angsten, problemen en zorgen bespreken bij je kinderen'. Wij zouden willen toevoegen; probeer op te lossen wat je kan (door sessies) van de zorgen, problemen en angsten die jij beleefd. Zodat jij je vreugde, liefde & geluk vindt en het kan doorgeven.

Daarbij is het belangrijk bij negatieve gevoelens, uitleg te geven. De Vlieger verwoord het zo: 'Zet een virtueel hek om de emoties, vul letterlijk in wat je kind kan denken, zodat hun fantasie er niet mee aan de haal gaat.' Papa is boos en praat met stemverheffing tegen mama, vertel dan bijvoorbeeld: 'ik ben nu even boos over iets dat op mijn werk gebeurde'. Of mama huilt terwijl ze de huishouding doet, vertel dan dat mama verdrietig is en huilt omdat haar oma is gestorven. Dat haalt het beangstigende er af voor een kind, het biedt veiligheid want dan koppel jij het los van hun identiteit. Zeg je niets en is er ook geen ruimte voor het kind er iets over te zeggen of zeg je iets wat niet klopt met je gevoel,... dan worden er beperkende overtuigingen geboren over hun identiteit. En die vormen de interpretatie en leidraad van het leven.

De moeite waard om dat te voorkomen!