Zij heeft me pijn gedaan

De pijn die ik voel komt niet door iets of iemand.

Dat is best een vervelende ontdekking, want ik kan dan niet meer beschuldigend of verwijtend blijven. Als ik de oorzaak van mijn pijn blijf leggen bij de ander of bij een situatie, koester ik in feite de pijn. En de ander of de situatie moet de oplossing vormen voor mijn pijn. Hoe vaak komt dat voor? En als de ander het probeert op te lossen, is de pijn dan echt weg?

De pijn die ik voel, komt doordat ik niet erover kon praten met mijn ouders toen ik die pijn voor het eerst voelde, bijvoorbeeld bij een scheldpartij op het schoolplein. Er was geen warme atmosfeer waarin ik kon delen wat er gebeurt was en wat ik erbij voelde. Waarin ik niet kon vragen of ik echt was, wat die kinderen zeiden dat ik was. Mijn ouders hadden dus niet de mogelijkheid op dat moment om mij te herinneren aan wie ik echt ben; waardevol. Dus maakte ik, zoals elk kind, een conclusie over mijn identiteit, die niet klopte en pijn deed.

Dus nu, als ik me rot voel, zoek ik niet naar wat is er gebeurt dat ik me zo voel. Of wie heeft dit veroorzaakt? Maar ik zoek naar de pijn die ik voel. Ik kijk het in de ogen, ik schrijf het op. Meestal vraag ik dan hulp, om te ontdekken: wanneer heb ik dit eerder gevoeld, wanneer is dit gevoel begonnen? En wat ben ik toen gaan geloven? Daar nodigen we samen Jezus in uit, Hij vertelt mij wat Hij zou doen of wat Hij erover vindt of ik hoor niets en voel de pijn verdwijnen en er komt rust in.